Stel: je vormt een Afrikaanse gemeenschap, die voortdurend wordt afgeperst en uitgemolken bij het zoeken naar onderdak voor de zondagse eredienst.

Dan sta je voor de zoveelste maal op straat (opzegtermijn: 1 week!) en je vindt, dat je nu eindelijk een eigen gebouw moet gaan zoeken.

Dat gebouw komt er: een soort van gedeelde eigendom in een verzamelgebouw. Natuurlijk kost het geld – veel geld, zelfs, maar bevriende kerken houden collectes, waardoor een groot bedrag bijeen wordt gebracht, en geven ook nog een grote renteloze lening. Het gat dat overblijft – een halve ton of zo – wordt gedicht met een vriendschappelijke lening onder zachte voorwaarden: geleidelijke afbetaling, lage rente.

Ik preek regelmatig in die kerk en dat is altijd een feest. Vandaag tref ik het: er zal gecollecteerd worden voor de afbetaling van de lening.

Dansend gaan de gemeenteleden door de rijen, voor in de kerk staat een met goudfolie versierde vaas, waar iedereen zijn envelop met giften in kan deponeren, de band zorgt voor het ritme en we zingen samen blij terwijl de gemeenteleden – naar het voorschrift van de apostel Paulus – gaven die ze zorgvuldig hebben voorbereid naar voren brengen. Een paar weken later, tijdens een financieel overleg, hoor ik dat de gemeente bezig is de rentedragende lening versneld af te lossen.

Eerst moeten we een beetje lachen omdat de rente zo laag is dat ze werkelijk geen haast hoeven te maken. Maar dan komt de uitleg: Eén van de gemeenteleden vond eigenlijk dat de kerk niet in de schuld moet staan bij een stichting. Giften en leningen van andere kerken, dat is prima maar als kerken onderling moet je samen je eigen verantwoordelijkheid dragen. En dus had hij de helft van het bedrag renteloos voorgeschoten.

Migrantenkerken rangschikken hun prioriteiten op eigen wijze. De zorg voor de eigen (uitgebreide) familie komt eerst. Verder gaat er als het maar even kan geld naar familieleden en kerk in het land van herkomst. Aan de kosten van de plaatselijke kerkgemeenschap wordt gul bijgedragen. Maar bij die prioriteitstelling blijft vaak niet veel over om een eigen gebouw bij elkaar te sparen. Omdat ze rijker zijn in relaties dan veel westerse mensen zijn ze op andere terreinen soms wat armer.

Het is boeiend en vaak ontroerend daar kennis van te nemen en je af te vragen of je eigen prioriteiten de toets van een vergelijking goed doorstaan.