Het is niet meer dan een briefkaart: de derde brief van de apostel Johannes.

Hij laat een vlammend protest tegen geslotenheid en het weigeren van gastvrijheid horen. De christelijke beweging is nog jong, in zijn tijd, en haar vertegenwoordigers zijn in het Romeinse rijk op veel plaatsen hun leven niet zeker.

Als christen is dan het opvangen en verzorgen van zulke reizigers toch wel het minste dat je kunt doen. Toen zijn er ook in zijn tijd al christenen die met hun rug naar de problemen toe gaan staan en hun deur op slot houden. Johannes noemt hen ketters en weet hen te vinden!

Confronterend wordt het, als je vaststelt dat de Nederlandse overheid nog altijd – ook in naam van christelijke burgers – mensen teruggestuurd naar landen waar ze met de dood bedreigd worden.

Als een gekozen regering dat doet, is burgerlijke ongehoorzaamheid dan een christenplicht?